Zwitserse SennenhondenOver de herkomst van de Zwitserse Sennenhonden zijn de meningen verdeeld. Bekend is in elk geval dat zij al lange tijd voorkwamen in de dalen van de Zwitserse Alpen en in het midden van Zwitserland. Zij waren op de boerderijen zeer gewaardeerd als veedrijvers, herdershond en als waakhond. Eigenlijk was men zich nauwelijks bewust van deze honden. Nadat het land werd overspoeld door nieuwe buitenlandse rassen kreeg men weer interesse in deze "boerenhonden". Door inventarisatie bleek dat er van sommige rassen nog maar enkele exemplaren rondliepen. Door goede begeleiding van de fok is het mogelijk geworden om begin van de vorige eeuw vier rassen in het Zwitserse Hondenstamboek in te voeren. Deze vier rassen zijn:
De overeenkomst tussen deze rassen valt onmiddellijk op als u ze naast elkaar ziet staan. Ze hebben n.l. allemaal een zwarte glanzende vacht als hoofdkleur. Daarnaast hebben ze een roestbruine en witte aftekening die zeer specifiek is en waardoor ze een olijk en aansprekend uiterlijk krijgen (denkt u maar eens aan de vele verpakkingen van hondenspullen waarop een Sennenhonden kop prijkt). De verschillen zitten in de afmetingen, vacht en staartdracht. De grootste is de Grote Zwitser, gevolgd door de Berner, dan de Appenzeller en als kleinste de Entlebucher. Sennenhonden behoren tot de zogenaamde erfhonden. Zij zijn erg gehecht aan eigen huis en haard. Zij zullen niet gauw gaan zwerven. Zij laten zich in het algemeen niet gelijk door vreemden aanhalen, maar uw vrienden zijn ook hun vrienden. Bij hun oorspronkelijke taken moesten en konden zij heel zelfstandig werken. Dit vereist bijzondere karaktereigenschappen en die kunt u in de Sennenhonden dan ook terug vinden. Deze honden moeten dan ook wel bij u passen. Onze vereniging zet zich in voor de Appenzeller, Entlebucher en Grote Zwitserse Sennenhonden in Nederland. Voor de Berner Sennenhonden bestaat een aparte Nederlandse vereniging.
|